Op goed geluk

Ooit volgde ik een fijne, veilige schrijfcursus. Eén derde van De laatste reis van de Ballerinus schreef ik daar, de rest onder de hoede van Lemniscaat. Zes jaar geleden koos de Ballerinus het ruime sop en voer de wijde wereld in. Niets minder dan een wonder; naar mijn idee schreef ik op goed geluk. Pas nadat het uitgegeven was, kwam ik op het idee om het boek te toetsen aan verteltechnieken en verhaaltheorieën. Ik kreeg het Spaans benauwd. Zaten de plot points er wel in en op de goede plek, begon de climax op het juiste percentage van het aantal woorden (93% om precies te zijn), had ik geen fase overgeslagen van de Reis van de Held? Ik legde verschillende meetlatten langs de Ballerinus. Tot mijn grote opluchting kon ik vrijwel alles terugvinden, wat natuurlijk komt doordat wij Menschen zijn, en verhalen vertellen in ons DNA gebakken zit. Niet doordat ik er zo goed over had nagedacht.


In Ivoren maan zou ik niets aan het toeval overlaten. Een eerste boek kun je nog stiekem schrijven, niemand weet ervan. Maar als je één boek hebt geschreven ben je voor de buitenwereld opeens een schrijver, en dat is een serieus beroep.

Ik maakte schema’s. Het verhaal beslaat een maand. Ik deelde het op in drie akten, vier delen en vijf maanfasen.

Het begint met de volle maan, een week later staat de maan in haar laatste kwartier, vervolgens is het nieuwe maan, eerste kwartier, dan weer volle maan, dan komt de climax en loopt het af. Op bepaalde percentages van het boek zouden bepaalde wendingen worden ingezet. Het midpoint van het verhaal hoorde precies op het midden van het aantal bladzijden te zitten. En het zou dan nieuwe maan zijn, pikkedonker. Puzzelstukken, wapens en/of informatie, conflicten, het inciting incident en het point of no return. Het moest er allemaal in. Hier begonnen de problemen. Volgens mij ligt het inciting incident van Ivoren maan in de levens van hoofdpersonen Jan en Juno vóór het boek van start gaat. En dat kan niet.

Ondanks dit teken aan de wand begon ik met het invullen van de schema’s. Hoe ingewikkeld kon het zijn? Ivoren maan telt eenendertig dagen, viereneenhalve week. Het uiteindelijke aantal woorden (tweeënzeventigduizend, bij benadering, ik houd van getallen) gedeeld door eenendertig. Eitje.



Het verhaal liet zich niet in het keurslijf van de maanfasen dwingen. In de ene week gebeurde meer dan in een andere. Het aantal woorden liet zich niet netjes over eenendertig dagen verdelen, dat werd saai. En de personages luisterden al helemaal niet. Halverwege, vanaf de Nieuwe Maan, moesten de hoofdpersonen bij elkaar komen én blijven, maar Jan en Juno vertikten het.

Ik gaf het op. Mijn briljante plan voor de vormgeving, met voor elk deel van het boek een afbeelding van de corresponderende schijngestalte van de maan – gezien vanaf het zuidelijk halfrond, geen onbelangrijk detail – ging met de schema’s het raam uit. Ik schreef verder op goed geluk. Niet dat dat makkelijk was, overigens. Over twee dagen het eindresultaat...

Recent
Archief