Max & Nox 1

Voor het januarinummer van STACH, het supertoffe magazine van Lemniscaat, mocht ik het begin van een kort verhaal bedenken voor een schrijfwedstrijd. Jonge schrijvers konden het afschrijven en insturen en dan winnen, natuurlijk! Eeuwige roem, publicatie in STACH #4, en een boekenpakket voor de klas van de winnaar.


Ik heb het verhaalbegin zelf ook afgeschreven, omdat ik benieuwd was wat Max en Nox voor list zouden bedenken. Het bleek dat ik niet de enige was die in een bepaalde richting dacht - waarschuwing, het wordt flink smerig! Helaas mocht ik niet aan deze wedstrijd meedoen. Mischien aan de volgende, die in de nieuwe STACH staat die vanaf nu verkrijgbaar is.


In STACH #4 staat dus ook:

Gefeliciteerd!!!


Morgen plaats ik het tweede deel van Max & Nox



Max & Nox deel 1


‘Het was Max, juf!’ roept Tyr met een huilstem. ‘Hij is weer op mijn boterhammen gaan zitten. Expres!’

Het is niet eerlijk. De hele klas weet dat, en niemand zegt er iets van. Iedereen is bang voor de reusachtige Tyr, en nog banger voor de juf. Het grootste probleem is dat ook juffrouw Pluim niet is opgewassen tegen Tyr. Daar komt nog bij dat ze kippig is. Ze ziet bijna niks, hoort niet veel en weet meestal niet wat de klas uitspookt.

Als Tyr weer eens niet lust wat hij heeft meegekregen van thuis, pikt hij de broodtrommel van een ander kind. Vaak die van Max, want zijn vader bakt verrukkelijke dingen. Quiches, wraps, pannenkoeken, en die stopt hij in een trommel die het eten ook nog warm houdt.

Tyr is zelf op zijn boterhammen gaan zitten en heeft er bovendien een vieze stinkscheet op gelaten.

‘Max,’ zegt Pluim streng. ‘Ruil jouw lunch met Tyr.’

Met dikke tegenzin haalt Max zijn lunchbox uit zijn tas. Het is een stapel van drie ronde trommeltjes. In elke trommel zit ongetwijfeld iets zaligs. Max maakt de bovenste open, om te zien wat hij misloopt. Dikke, geurige soep met worst. Zijn maag rammelt meteen.

‘Deze niet,’ zegt hij zacht tegen Tyr, en hij klikt de bovenste trommel los.

‘Ik wil ze alle drie,’ gromt Tyr. ‘Ik moet genoeg eten.’ En hij graait naar Max zijn lunch.

Zuchtend van spijt geeft Max de trommels een zet, alles mietert omver, hete soep stroomt over Tyrs tafel. Net op tijd springt hij op, voor de soep in zijn schoot druipt. De trommels vallen op de grond, de deksels rollen weg. Max kijkt onder zijn tafel. Een stuk appeltaart en een vers broodje drijven in de soep. De hele klas houdt zijn adem in.

‘Max!’ krijst Pluim. ‘Opruimen! En nablijven.’


Max staat nog steeds op de gang. Het lijkt of er niemand meer is. Het is vrijdagmiddag. Buiten wordt het al donker. Als Pluim hem vergeten is, en de school op slot heeft gedaan, moet hij dan het weekend hier blijven? Ook in de gang wordt het steeds donkerder, er branden geen lichten. Het enige lichtpuntje in de gang hangt aan de kapstok. Het is een wit laken. Max ziet het af en toe hangen, al weet hij niet wie er in een laken naar school komt. Misschien is het van de toneelgroep. Het geeft niet echt licht natuurlijk, maar het is zo wit dat het lijkt alsof. Als hij in school moet slapen heeft hij tenminste een laken. Hij wil het van de kapstok pakken, maar dan beweegt het laken wild.

Max gilt. Hij weet niet wie erger schrikt: hij of het laken.

‘Blijf van me af!’ piept het laken.

Zit er iemand onder? ‘Wie ben jij?’ vraagt Max. Eigenlijk weet hij het al. ‘Een spook?’

‘Ik ben Nox,’ zegt het laken. ‘Een spook dat liever naar school wil dan spookt.’

‘Daar kan ik je mee helpen,’ zegt Max. ‘Je kunt bij mij in de klas, mijn juf ziet toch niks.’ Dan krijgt hij een idee. ‘Wil je mij ook met iets helpen?’


Recent
Archief